Thema-avond over het zelfgekozen levenseinde

Achter de Sint Catharinakathedraal van Utrecht, aan de Nieuwegracht, zit de opleiding Theologie van Fontys Hogeschool en Tilburg University. Op uitnodiging van de Studievereniging Ad Interim was ik hier woensdagavond 21 februari te gast bij een thema-avond over het zelfgekozen levenseinde. Een bijzondere combinatie: tientallen theologiestudenten (onder wie drie priesterstudenten aan het Seminarie van Utrecht), docent Moraaltheologie Mariéle Wulf en ik namens de NVVE Jongeren. Het spreekwoordelijke ‘hol van de leeuw’.

Een bijzondere avond werd het. In een open dialoog spraken we met wederzijds respect over elkaars standpunten. Alhoewel anders was aangekondigd (dr. Wulf zou een lezing geven en ik mocht achteraf wat vragen stellen) had Mariéle Wulf een drietal stellingen voorbereid. Ze nodigde mij direct uit daarop te reageren. Kort samengevat waren de stellingen:

  1. Je kunt pas actief sterven als je je volledig hebt verzoend met de wetenschap te sterven. Actief sterven is in deze context niet actief bezig zijn met het sterven, maar het loslaten van het leven. Mensen die de status van volledige verzoening met de dood hebben bereikt, verlangen niet langer naar de dood.
  2. Iemand die wil sterven in geval van voltooid leven handelt niet autonoom. Er zijn immers factoren die de autonomie aantasten (als die er al is). Externe factoren zoals naasten die aandringen op een zelfgekozen dood of interne factoren zoals het ‘niet tot last willen zijn’. Bovendien leidt keuzevrijheid bij voltooid leven, ook tot keuzedwang.
  3. De mens is niet in staat om de gevolgen van zijn eigen dood te overzien en daarom kan men simpelweg geen besluit nemen over eigen leven of sterven.

Stevige stellingen die de rest van de avond voldoende aanleiding gaven voor een diepgravend gesprek. Uiteraard was ik het niet met haar eens. Tot mijn grote verbazing was de groep studenten ook verdeeld. Waarschijnlijk (zo is mijn inschatting) niet over het onderwerp ‘sterven op verzoek’, wat binnen de rooms-katholieke kerk verboden is, maar wel over de wijze waarop mensen tot zo’n besluit komen en het begrip daarvoor. Veel aandacht ging dan ook uit naar de psychologische achtergronden van een stervenswens.

Waar we het allemaal over eens waren, is dat gruwelijke zelfdodingen moeten worden voorkomen. Ook waren we het erover eens dat mensen altijd de gelegenheid moeten hebben om erover te praten met een ander. Eenzaamheid is daarbij een groot probleem dat aandacht verdient van ieder. Maar wat als iemand besluit, al dan niet na een lang leven, geen nieuwe vriendschappen of hobby’s meer te willen?

Mevrouw Wulf sloot af met een theologische vraag: wat als je voor God staat nadat je het leven bewust hebt verruild voor de eeuwigheid? Wat ga je Hem zeggen? Wat gaat Hij zeggen?

Een vraag waar ik als praktiserend protestant ook over heb nagedacht. Desalniettemin vind ik het een heel persoonlijke vraag die je niet aan mensen hoeft te stellen als ze zelf niet gelovig zijn. Dat was dan ook mijn slotwoord: we hoeven het helemaal niet met elkaar eens te zijn, zolang we elkaar de vrijheid gunnen zelf te beslissen over geloof én leven.

Gerard Ekelmans
Woordvoerder NVVE Jongeren